De politierechter in Amsterdam heeft
vrijdag een verdachte veroordeeld tot 400 euro boete nadat hij een
bevel van de politie had geweigerd, de betreffende agente diep had
beledigd en ook de koningin had beledigd. Een beroep op de vrijheid
van meningsuiting kon volgens de rechter in dit geval geen stand
houden.

Bij het verwijt van majesteitsschennis
moet volgens de Amsterdamse politierechter de vraag worden gesteld
of wellicht sprake is van een maatschappijkritische of politieke
meningsuiting die bescherming verdient. Anders gezegd: publieke
ambtsdragers, waaronder ook de koningin, moeten tegen een stootje
kunnen, zeker in Amsterdam.

In de context van deze zaak is volgens de
rechter van een beschermenswaardige meningsuiting niet gebleken.
Bij verdachtes aanhouding heeft hij allereerst ten overstaan van de
agenten de Hitlergroet gebracht en zijn afkeer van blanke
Nederlanders geventileerd. Later heeft verdachte getracht agent
Jongerling persoonlijk te kwetsen door hem de ziekte kanker toe te
wensen. Toen verdachtes provocaties in zijn ogen niet genoeg effect
hadden, heeft hij in het openbaar opzettelijk in zeer grove
bewoordingen zijn beledigingen gericht aan de Koningin. Die
bewoordingen kunnen moeilijk anders worden opgevat dan als gericht
tegen de Koningin persoonlijk. Deze bewoordingen hadden slechts ten
doel zijn persoonlijke frustraties te uiten. Een beroep op het
grondrecht van vrije meningsuiting kan daarom niet slagen.

Bron: Rechtbank Amsterdam