Zwarte Madonna mag worden gesloopt



Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft terecht
vergunning verleend om het wooncomplex de 'Zwarte Madonna' in het
centrum van Den Haag te slopen. Dit blijkt uit een uitspraak van de
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (12
januari 2005). De rechtbank van Den Haag kwam in maart 2004 al tot
hetzelfde oordeel. Bewoners van het wooncomplex stelden hoger beroep in
tegen deze uitspraak, maar de Raad van State heeft nu de eerdere
uitspraak van de rechtbank bevestigd. 

 
Net als de rechtbank oordeelt de Raad van State dat het college van
burgemeester en wethouders geen reden had om de sloopvergunning te
weigeren. In de Bouwverordening van de gemeente Den Haag is bepaald
wanneer een sloopvergunning moet worden geweigerd. Dit is het geval als
voor het slopen een vergunning op grond van de Monumentenwet is
vereist, maar niet is verleend, of als de veiligheid tijdens het slopen
of de bescherming van nabijgelegen gebouwen en hun gebruikers
onvoldoende is gewaarborgd. In navolging van de rechtbank oordeelt de
Raad van State dat de gemeente de sloopvergunning alleen mocht weigeren
als zich een van deze weigeringsgronden had voorgedaan.  
 
De bewoners hebben in deze procedure aangevoerd dat de verlening van de
sloopvergunning voorbarig is, omdat het bestemmingsplan
'Wijnhavenkwartier' nog niet definitief is. Met dit bestemmingsplan,
dat onder meer betrekking heeft op het gebied waar de 'Zwarte Madonna'
staat, wil de gemeente een gedeelte in de Haagse binnenstad vernieuwen
en onder meer woningen, kantoorruimte en horeca ontwikkelen.  
Volgens de bewoners moest de sloopvergunning worden vernietigd, omdat
voor de geplande nieuwbouw die op de plaats van de 'Zwarte Madonna'
komt, voldoende alternatieve locaties zijn en omdat de sloop in hun
ogen onaanvaardbaar is vanwege een enorm gebrek aan goede en betaalbare
huurwoningen.  
De uitspraak van vandaag maakt duidelijk dat deze argumenten geen grond
voor weigering van de sloopvergunning kunnen opleveren.  
 
Tegen de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is geen hoger beroep mogelijk.  

Bron: Raad van State



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: